0

De wijsheid van de wandelaar

De herinnering aan mijn grootvader is die van een trillende, verlamde man in een stoel, die niet kon praten. Jaren geleden overleed hij na de ziekte van Parkinson, dus eigenlijk heb ik hem amper gekend behalve van de verhalen die mijn moeder weleens over hem vertelde toen ik er als nieuwsgierige puber naar vroeg.

Een vertelsel over zijn leven dat een stom-verbaasde blik op mijn gezicht achterliet, was dat hij dagelijks van Oisterwijk naar Loon op Zand liep om de kost te verdienen, een tocht van drie uur heen en drie uur terug. Was hij gek? En dan moest er ook nog gewerkt worden. Keihard. In de fabriek. Toch loop ik zelf steeds vaker zulke afstanden, maar dan als vrijetijdsbesteding. Het liefst in de bossen. Kippenvel overvalt me als ik besef dat zijn benen dezelfde bospaden bewandelden als de mijne en, moge-lijk, zijn ogen dezelfde bomen in het vizier hadden als die ik nu aanschouw. Misschien kijken diezelfde bomen nu terug en fluisteren zij, zoals de Enten van J.R.R. Tolkien uit zijn boek In de ban van de ring, en vertellen ze elkaar over de generaties mensen die zij en hun voorouders in de loop der eeuwen aan zich voorbij zagen trekken. Ze zijn getuige geweest van vroege jagersgemeenschappen, de komst van de Romeinen, de eerste christenen maar ook van de nazi-vliegtuigen die mijn oma ooit vanonder het bomendak zag vliegen toen zij met haar familie door de Brabantse bossen liep.

Voor het volledige artikel, lees het augustusnummer van Volzin.

Stefan Franz

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.